De afgelopen jaren is er veel gezegd over nieuwe zzp-wetgeving. Voor opdrachtgevers en zzp’ers zorgt dat vooral voor onzekerheid. En dat is meteen de belangrijkste boodschap van dit artikel: er verandert op dit moment nog niets in de geldende regels. De plannen schuiven al jaren heen en weer. Ondertussen gaat de handhaving op schijnzelfstandigheid gewoon verder op basis van de regels die nu al gelden. Juist daarom is een goed beheersmodel geen luxe, maar noodzaak.
Met helloprofs.nl leg je de samenwerking met zzp’ers gestructureerd vast en beheers je aantoonbaar je risico. Dat is nu nodig, en dat blijft nodig als er later wél iets verandert.
De werkelijkheid: al jaren discussie, nog steeds geen definitieve nieuwe wet
Den Haag praat al lange tijd over nieuwe regels voor zzp’ers. Eerst was er de Wet DBA, daarna kwamen voorstellen voor de Wet VBAR en inmiddels wordt ook gewerkt aan een mogelijke Zelfstandigenwet.
Maar ondanks al die plannen geldt nog steeds hetzelfde: de nieuwe regels zijn nog niet ingevoerd. Dat speelt al jaren. Wetsvoorstellen worden aangekondigd, aangepast, uitgesteld, bekritiseerd en opnieuw besproken. Voor de praktijk betekent dat vooral dat opdrachtgevers en zelfstandigen niet kunnen wachten op “de nieuwe duidelijkheid”, omdat die er simpelweg nog niet is.
Wat gebeurt er met de Wet VBAR?
De Wet VBAR, de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden, moest meer duidelijkheid geven over de vraag wanneer iemand echt zelfstandig ondernemer is en wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Inmiddels is duidelijk dat het kabinet een belangrijk deel van dit voorstel wil loslaten. Het zogenoemde verduidelijkingsdeel zorgt volgens het kabinet voor te veel onrust in de markt. Wat vooral lijkt over te blijven, is het onderdeel over het rechtsvermoeden van werknemerschap. Daarover wordt in Den Haag nog verder gesproken. In recente berichtgeving wordt bovendien al rekening gehouden met invoering vanaf 2027, niet meer hard met 31 augustus 2026. Dat laat zien hoe onzeker de planning nog is.
Wat is het rechtsvermoeden van werknemerschap?
Het rechtsvermoeden van werknemerschap houdt in dat een zzp’er die werkt tegen een laag tarief, bij de rechter kan stellen dat er waarschijnlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. In de recente uitwerking wordt daarbij gedacht aan een grens van ongeveer €38 à €39 per uur. Als dit rechtsvermoeden van toepassing is, verschuift de bewijslast naar de opdrachtgever. Die moet dan aantonen dat er ondanks dat lage tarief toch geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Belangrijk onderscheid is dat dit rechtsvermoeden niet bepaalt wanneer iemand inhoudelijk zzp’er of werknemer is. Het verandert alleen wie in een procedure moet bewijzen dat wel of geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Het rechtsvermoeden is dus geen automatische omzetting naar loondienst. Het betekent ook niet dat iemand bij een tarief onder de grens ineens automatisch werknemer is. Het geeft de opdrachtnemer alleen meer ruimte om bij de rechter te stellen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, waarna de opdrachtgever dat moet weerleggen.
Ook bij afspraken op basis van een stuksprijs of totaalprijs kan dit een rol spelen. Het draait dus niet alleen om klassieke uurtarieven, maar breder om de vraag of iemand zich in de praktijk op een manier bevindt die past bij een arbeidsrelatie.
Daarnaast werkt het rechtsvermoeden vooral in de verhouding tussen werkende en opdrachtgever of werkgever. Het is niet hetzelfde als een nieuw algemeen beoordelingskader voor de vraag wanneer iemand zelfstandige is. Die kwalificatievraag blijft voorlopig gewoon beoordeeld worden op basis van de bestaande wetgeving, rechtspraak en de feitelijke uitvoering van de samenwerking.
Dus: het rechtsvermoeden schuift de bewijslast bij een conflict naar de opdrachtgever, terwijl de beoordeling van de arbeidsrelatie hetzelfde blijft.
Voor opdrachtgevers betekent dat vooral dat een goede inrichting van de samenwerking, duidelijke vastlegging en een sterk dossier alleen maar belangrijker worden.
Wat is de Zelfstandigenwet?
Doordat het “verduidelijkingsdeel” van de Wet VBAR wordt geschrapt, komt er ruimte voor een nieuwe wet: de Zelfstandigenwet. Dit was al aangekondigd in het Coalitieakkoord 2026–2030.
Die nieuwe wet moet ook duidelijk maken wanneer iemand zzp’er is en wanneer werknemer, maar dan via een ander systeem met drie toetsen (drie checks). Alle drie zijn even belangrijk:
01- Zelfstandigentoets: ben je echt zelfstandig ondernemer?
Hier wordt gekeken of iemand zich echt als ondernemer gedraagt. Denk aan werken voor eigen rekening en risico, acquisitie, investeringen, administratie, en het regelen van zaken zoals arbeidsongeschiktheid en pensioen.
02- Werkrelatietoets: lijkt het op werken in loondienst?
Hier draait het om de praktijk van de samenwerking. Is er gezag? Wordt iemand aangestuurd als werknemer? Kan de zelfstandige zijn werk zelf organiseren? En is het de bedoeling van partijen om buiten loondienst samen te werken?
03- Sectorale toets: extra regels in risicosectoren
In sommige sectoren waar veel misbruik kan voorkomen, kan er een extra vermoeden komen dat iemand werknemer is. Er komen dan extra sectorregels. Soms kun je dit nog weerleggen met punten uit de werkrelatietoets.
Onthoud:
Ook bij de Zelfstandigenwet geldt dat het nog geen geldende recht is. Er al veel commentaar gekomen op het conceptvoorstel en het is nog niet duidelijk hoe deze wet er uiteindelijk uit gaat zien.
Gaat het tariefdeel op 31 augustus 2026 in?
Formeel wordt er gesproken over snelheid en over snelle hervatting van wetgevingstrajecten in de Tweede Kamer. Tegelijk laten recente analyses en publieke reacties juist zien dat de kans groot is dat die planning niet wordt gehaald en dat invoering doorschuift.
De praktische boodschap is daarom simpel:
reken er niet op dat nieuwe wetgeving jouw probleem op korte termijn oplost.
Wat betekent dit voor opdrachtgevers?
Voor opdrachtgevers is de kern eigenlijk onveranderd. Je blijft zelf verantwoordelijk voor de juiste inrichting en beoordeling van de arbeidsrelatie. Als later blijkt dat iemand feitelijk als werknemer werkte, kunnen de gevolgen nog steeds groot zijn. Denk aan loonheffingen, correcties, arbeidsrechtelijke claims en pensioenkwesties.
Daarom blijft een beheersmodel cruciaal. De Belastingdienst kijk niet alleen naar wat er op papier staat, maar ook naar hoe de samenwerking in de praktijk is ingericht en uitgevoerd. Een professioneel beheersmodel helpt om die samenwerking gestructureerd vast te leggen, risico’s eerder te signaleren en ervoor te zorgen dat de feitelijke uitvoering beter aansluit op de gemaakte afspraken.
Dat is precies wat opdrachtgevers nu nodig hebben: niet wachten op een volgende wetswijziging, maar vandaag zorgen dat processen, dossiervorming en afspraken kloppen.
Er verandert nu niets, maar je moet wél iets doen
De regels zijn nog niet echt veranderd. De discussie loopt al jaren en ondertussen gaat de handhaving gewoon door op basis van de huidige wet- en regelgeving.
Voor opdrachtgevers is de boodschap daarom simpel: wacht niet op Den Haag, maar zorg dat je je samenwerking met zzp’ers nu goed regelt.
Met het beheersmodel van helloprofs.nl leg je afspraken, documenten en onderbouwing strak vast. Zo verklein je risico’s en ben je beter voorbereid op wat er nog komt.


