Wat leert de rechtspraak ons over schijnzelfstandigheid?

De Belastingdienst kijkt niet naar één regel of checklist als het gaat om schijnzelfstandigheid. In plaats daarvan wordt gebruik gemaakt van een zogeheten holistische toets: alle elementen van een samenwerking worden in samenhang beoordeeld. Wat je afspreekt op papier telt mee, maar uiteindelijk is het de praktijk die doorslaggevend is.

Daarom zijn de regels soms lastig te doorgronden, zowel voor opdrachtgevers als zzp’ers. Want hoe weet je of je met je samenwerking op het veilige pad zit, of juist ongemerkt over de grens heen gaat? De wet geeft geen harde criteria, en ook modelovereenkomsten bieden geen volledige zekerheid. Toch zijn er wél signalen waar je op kunt letten. En die vind je terug in recente uitspraken van rechters: daar zie je precies hoe er gekeken wordt naar gezag, ondernemersrisico, vervangbaarheid en de manier van samenwerken.

Bij helloprofs.nl hebben we die inzichten vertaald naar een praktische tool: de Schijnzelfstandigheid Spiegel. Deze tool helpt jou, als opdrachtgever of zzp’er, om met een frisse blik naar je samenwerking te kijken. Niet juridisch ingewikkeld, maar concreet en toepasbaar. Zo krijg je grip op een complex vraagstuk, voordat de Belastingdienst dat voor je doet.

Lees meer over de Schijnzelfstandigheid Spiegel

Rechters kijken verder dan het contract

In de praktijk blijkt keer op keer dat een goed contract niet genoeg is. Met andere woorden: rechters kijken vooral naar de manier waarop er écht wordt samengewerkt. De juridische vorm doet er minder toe als de feiten iets anders laten zien. Sterker nog: ook als beide partijen zeggen dat ze een overeenkomst van opdracht aangaan, kan een rechter alsnog oordelen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Dat blijkt ook uit een recente uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland.

Casus: De accountant die zzp’er leek, maar werknemer bleek

Bron: (ECLI:NL:RBMNE:2025:5440)

Een registeraccountant werkte via zijn BV fulltime voor een organisatie van belastingadviseurs. Alles leek netjes geregeld: een overeenkomst van opdracht, maandelijkse facturen, een leaseauto en duidelijke afspraken. Toch oordeelde de rechter op 19 september 2025 dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. Waarom?

De rechter keek naar de praktijk:

  • De accountant werkte fulltime en langdurig voor één opdrachtgever.
  • Hij had geen ondernemersrisico en geen andere klanten.
  • Zijn werk was volledig ingebed in de organisatie.
  • Hij moest persoonlijk aanwezig zijn op kantoor (minimaal 3 dagen per week).
  • Hij trad naar buiten onder de vlag van de opdrachtgever.

Hoewel de constructie bewust gekozen was voor fiscale voordelen, woog dat niet op tegen de praktijk. Op basis daarvan concludeerde de rechter dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. De opdrachtgever moest ruim € 67.000 aan vergoedingen betalen, inclusief een transitievergoeding, schadevergoeding én een billijke vergoeding wegens onrechtmatig ontslag.

Wat betekent dit voor jou?

Deze zaak is geen uitzondering. Steeds vaker zie je dat rechters de lijn volgen van de Deliveroo-uitspraak van de Hoge Raad (2023): het gaat niet om de vorm, maar om de inhoud. De Belastingdienst kijkt daar net zo naar.

Of je nu werkt met een opdrachtovereenkomst, een modelcontract of een BV-constructie: het biedt geen garantie dat je buiten dienstbetrekking valt. En precies daarom is het zo belangrijk om je samenwerking zelf kritisch onder de loep te nemen.

Gebruik de Schijnzelfstandigheid Spiegel

Bij helloprofs.nl hebben we de Schijnzelfstandigheid Spiegel ontwikkeld. Deze online tool simuleert de manier waarop de Belastingdienst jouw samenwerking beoordeelt op basis van actuele rechtspraak, zoals de zaak hierboven.

Waarom de Schijnzelfstandigheid Spiegel?

Inzicht in risico’s op schijnzelfstandigheid en arbeidsovereenkomst

Direct leren van eerdere rechterlijke uitspraken

Grip op zzp-samenwerkingen grip op schijnzelfstandigheid

Gerelateerde nieuwsartikelen