Zaak: ECLI:NL:RBMNE:2022:4005
In deze zaak ging het om een timmerman die regelmatig door één aannemer werd ingehuurd, in teamverband werkte en deels eigen materiaal gebruikte, maar geen exclusiviteit of verplicht gebruik van bedrijfsvoorzieningen kende.
"Uit de verklaringen ter zitting volgt dat eiser overwegend zijn eigen gereedschap gebruikte, maar dat, indien hij iets tekort kwam, hij zonder bezwaar spullen van de opdrachtgever mocht lenen. De dagelijkse werkzaamheden werden aan hem uitgelegd door de voorman, waarna eiser – binnen de gestelde kaders – zelfstandig invulling gaf aan de planning en uitvoering. Er is geen sprake van een arbeidsovereenkomst, mede omdat eiser zelfstandig kan bepalen of en wanneer hij opdrachten aanneemt."
Oordeel van de rechter:
Geen arbeidsovereenkomst.
➡ Relevantie: Duidelijk vergelijkbaar qua werkzaamheden, vrijheid en gebruik van eigen middelen, gecombineerd met onderlinge afstemming en (gedeeltelijke) aansturing.
Zaak: ECLI:NL:HR:2020:1746
Hier werd beoordeeld of een zzp’er feitelijk in loondienst was doordat hij vaak terugkeerde bij dezelfde opdrachtgever en dagelijks werd aangestuurd, maar hij had geen vaste aanstelling, werkte soms voor anderen en kon zich laten vervangen.
"De opdrachtnemer kon zelf bepalen wanneer hij niet beschikbaar was en kon opdrachten weigeren. Werkzaamheden werden per dag besproken, echter de uitvoering lag bij hem zelf. Vervanging werd toegestaan, mits vooraf afgestemd. Facturatie vond plaats op basis van overeenstemming vooraf per klus of uur."
Oordeel van de rechter:
Geen arbeidsovereenkomst.
➡ Relevantie: Onderstreept het belang van vervangbaarheid, het kunnen weigeren van werk en eigen planning, ondanks regelmatige terugkeer naar dezelfde werkplek.
Zaak: ECLI:NL:RBROT:2023:6512
Deze uitspraak richtte zich op de vraag in hoeverre inbedding en dagelijkse aansturing daadwerkelijk tot schijnzelfstandigheid kunnen leiden. Er werd gekeken naar factoren zoals teamgevoel, gebruik van bedrijfsmiddelen en de mate van aansturing tijdens de klus.
"Op de werkvloer liepen vaste medewerkers en zzp’ers door elkaar. De planning werd per project afgestemd, waarbij Van Dijk (zzp’er) zelfstandig werkte doch geregeld overlegde met de uitvoerder. Er was geen verplichting om werkkleding of e-mail van het bedrijf te gebruiken en facturatie verliep via eigen administratie. Concluderend acht de rechtbank het ondernemersrisico doorslaggevend, ondanks het nauwe contact op de bouwplaats."
Oordeel van de rechter:
Geen arbeidsovereenkomst.
➡ Relevantie: Laat zien dat inbedding in het team en gezamenlijke afstemming niet doorslaggevend zijn als er ook ondernemerschapskenmerken zijn, zoals zelfstandig factureren, eigen risico en het niet verplicht moeten gebruiken van interne middelen.
"
Toelichting
De situatie vertoont overeenkomsten met drie relevante gerechtelijke uitspraken over zzp’ers in de bouw en installatiebranche. In de eerste zaak draaide het om een zelfstandige die, net als jij, flexibel werd ingezet door een bouwbedrijf. Ook daar was sprake van eigen gereedschap, zelf plannen en onderling overleg over wie welke taak oppakt. De rechter oordeelde dat de inbedding in het bouwteam en de aansturing door een voorman risicovol zijn, maar dat het ontbreken van een exclusiviteitsafspraak, zelfstandige facturatie en vervangbaarheid het ondernemerschap ondersteunen.
In een tweede gelijksoortige zaak werd van belang gevonden dat de zzp’er zelf opdrachten kon weigeren of eigen werk aannam, en dat afspraken per klus werden gemaakt zonder langdurige schriftelijke contracten. Het ontbreken van een e-mailadres van het bedrijf of verplichte bedrijfskleding werd meegewogen als signaal van zelfstandigheid. De rechter zag hier geen arbeidsovereenkomst, vooral door deze elementen van vrijheid.
De derde uitspraak had betrekking op de mate van gezag en de vraag of sprake was van een vaste plaats in het bedrijf. Ook daar werd getoetst hoe het toezicht op de klus verliep, hoe de afstemming plaatsvond en of het risico bij ziekte of uitval geheel bij de zzp’er lag. De uitkomst hing sterk af van het totale plaatje en de concrete invulling van de afspraken in de praktijk.
In jouw casus brengen de aanwezigheid van een voorman, het samen optrekken met het vaste team en de informele afspraken risico’s met zich mee. Toch zijn er duidelijke kenmerken van ondernemerschap: je bepaalt zelf je beschikbaarheid, werkt soms voor anderen, hebt je eigen materiaal, er zijn geen claims op exclusiviteit en vervanging is bespreekbaar. De rechter zal altijd een totaalafweging maken op basis van alle omstandigheden, waarbij de uitkomst lastig te voorspellen blijft.